Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 23 oktober 2012

Alinea 78 Gerechtshof 's-Gravenhage 23 oktober 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 23 oktober 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY0519.

17 Met betrekking tot de stelling van SBOH c.s. dat het Hoogheemraadschap misbruik maakt van zijn machtspositie en daarmee handelt in strijd met artikel 24 van de Mededingingswet, en dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het Hoogheemraadschap gelet op de relevante markt geen machtspositie heeft, overweegt het hof als volgt. Voor zover het gaat om percelen (bebouwd en onbebouwd) die vrijkomen doordat een bestaand opstalrecht niet wordt verlengd, valt zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet in te zien waarom het Hoogheemraadschap bij het vermarkten van de betreffende gebouwen en percelen niet in dezelfde markt opereert als die waarin gemeenten, projectontwikkelaars, professionele verhuurders en andere verhuurders en verkopers opereren, en dat derhalve van een economische machtspositie op die enkele grond geen sprake is. Waar het gaat om de hervestiging van bestaande opstalrechten geldt dat de zittende opstalhouder ingevolge de AV70 (artikel 16) en de AV2000 (artikel 5, derde lid) in beginsel recht heeft op heruitgifte. Het hof onderkent dat bij heruitgifte de contractspartijen in een ongelijke machtspositie verkeren, wat er ook zij van de vraag of de positie van het Hoogheemraadschap daarbij moet worden beschouwd als een machtspositie in de zin van de Mededingingswet. De vraag of het Hoogheemraadschap bij de heruitgifte op het punt van de verlangde retributie misbruik maakt van zijn machtspositie, is hier geen andere dan die of het Hoogheemraadschap handelt in strijd met de redelijkheid en billijkheid en/of het evenredigheidsbeginsel. Daarop zal het hof in het navolgende ingaan. Het bovenstaande wordt niet anders door de omstandigheid dat het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap na het rechtbankvonnis aan de verenigde vergadering heeft voorgesteld de blote eigendom van de in opstal uitgegeven percelen aan de opstalhouders aan te bieden tegen een op de WOZ-waarde gebaseerde vergoeding. De opstalhouders zijn vrij om al dan niet op eventueel een daartoe strekkend aanbod in te gaan. Het hangt van de marktomstandigheden af of het voornemen van het Hoogheemraadschap tot resultaat zal leiden. Gelet op het oordeel van het hof dat het Hoogheemraadschap in beginsel gerechtigd is te bewerkstelligen dat aan hem een redelijk deel van de waardestijging toevalt, is bij het voorstel van détournement de pouvoir geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d2cfd32bd1a9f622ad5a1efa1707ec50ce2ca594f8a906aa51c4165036426ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d2cfd32bd1a9f622ad5a1efa1707ec50ce2ca594f8a906aa51c4165036426ae, en de alinea staat in dat document op bytes 41070 tot 43455.