Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 25 oktober 2012
Alinea 153 Gerechtshof 's-Gravenhage 25 oktober 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 25 oktober 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY1246.
Anders dan de raadslieden is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat het door de verdachte en zijn medeverdachten ingevoerde materiaal cocaïne betrof, nu de verdachte zelf heeft verklaard dat hij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hielp met het knippen van grote stukken rubber, waar drugs uit konden werden gehaald en dat hij met 'drugs' cocaïne bedoelt. Ook ten aanzien van de door de verdachte en zijn mededaders ingevoerde partij rubber heeft hij zelf verklaard dat daar cocaïne in zat. De medeverdachte [verdachte 2] heeft bovendien verklaard dat het bij de partij rubber die [verdachte 1] op 26 mei 2006 bij zich had en die [verdachte 2] moest versnipperen, ging om cocaïne; [verdachte 1] zei tegen [verdachte 2] dat het cocaïne was. [verdachte 2] heeft ook verklaard dat hij het rubber proefde en dat het zijn mond helemaal verdoofde, zoals het effect van coke is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49f01ff05d3139e4f3d6f629bb685797841756448ad4fc63e5c29412338bb3c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49f01ff05d3139e4f3d6f629bb685797841756448ad4fc63e5c29412338bb3c7, en de alinea staat in dat document op bytes 41045 tot 41955.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49f01ff05d3139e4f3d6f629bb685797841756448ad4fc63e5c29412338bb3c7 | shasum -a 256