Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 31 januari 2012
Alinea 44 Gerechtshof 's-Gravenhage 31 januari 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 31 januari 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY1950.
2.4.3 Het hof verbindt hieraan de conclusie dat het bestemmingsplan N209 logischerwijze moet zijn voorafgegaan door een uitkristallisering van de voor de beoogde reconstructie beschikbaar zijnde (ruimtelijke) modaliteiten en een toetsing van de juridische, planologische en maatschappelijke haalbaarheid van de gemaakte keuzes. Kortom, de vaststelling van een bestemmingsplan in een geval als het onderhavige, dat erdoor gekenmerkt wordt dat het gaat om een veel omvattend werk en dat de betrokken overheden nauw willen en moeten samenwerken, laat zich niet denken zonder een daaraan voorafgegaan concreet plan, dat de instemming heeft van al die overheden. Als dat plan er ligt, vormt het bestemmingsplan het noodzakelijke sluitstuk van juridisch-planologische aard en kan daarbij, zonder afbreuk te doen aan de wettelijke beslissingsvrijheid van de gemeenteraad, volstaan worden met de aanwijzing van een ruimtelijk vlak waarbinnen alle denkbare vormen van de bestemming 'verkeersdoeleinden' tot uitvoering gebracht kunnen worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d21458e24c1f4fb5ab8e30a77680cb8f453e04af80e368b059ab789691ecf16c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d21458e24c1f4fb5ab8e30a77680cb8f453e04af80e368b059ab789691ecf16c, en de alinea staat in dat document op bytes 14795 tot 15840.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d21458e24c1f4fb5ab8e30a77680cb8f453e04af80e368b059ab789691ecf16c | shasum -a 256