Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 18 december 2012
Alinea 74 Gerechtshof 's-Gravenhage 18 december 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 18 december 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6208.
5.1.2 Het verweer is overigens ook onvoldoende onderbouwd. [geïntimeerde] heeft niet zonder meer geroepen dat [de oud-werknemer] blootgesteld is geweest aan asbest. [de oud-werknemer] heeft onweersproken gewerkt als plaatwerker op de scheepswerf van Wilton-Fijenoord. Derhalve - naar van algemene bekendheid is - in een beroep dat volgens de door [geïntimeerde] ook genoemde "Lijst van beroepen waarin asbestblootstelling kan leiden tot een verhoogde kans op het optreden van maligne mesothelioom" bijlage C bij de protocollen Asbestziekten van de Gezondheidsraad. Bovendien in een branche, de scheepsbouw, die inmiddels - het hof beseft: met de wetenschap van nu - berucht is geworden vanwege het veelvuldig gebruik van asbest en waarin (aldus bijlage E bij die protocollen) er in de relevante jaren een hoge asbestblootstelling heeft plaatsgevonden (B3) en alle productiemedewerkers blootgesteld zijn geweest (P2), aldus terecht de verwijzing in de conclusie in het bemiddelingsrapport van het IAS (prod. 9 bij inl. dagvaarding). [geïntimeerde] heeft haar stelling onderbouwd met het in rov. 2.7 genoemde IAS-rapport waarin een verklaring van [de oud-werknemer] zelf omtrent de arbeidsomstandigheden bij Wilton-Fijenoord, alsmede met verklaringen van gelijke strekking van haar vroegere werknemers, waaronder de oud-collega van [de oud-werknemer] [A]. Voorts heeft [geïntimeerde] haar stelling onderbouwd met de brief van Wilton-Fijenoord van 2 november 2006 waarin wordt erkend dat er op de werf in de, periode 1957/1974 "nog wel met asbest (werd) gewerkt." Het feit dat die verklaringen (deels) (lijken te) zijn afgelegd in een zaak [naam]/Wilton-Fijenoord maakt de verklaringen niet betekenisloos. Het betoog van [B] - waarvan blijkens zijn schriftelijke verklaring, anders dan Wilton-Fijenoord (MvG nr. 154 e.v.) suggereert, de veronderstelling gewettigd lijkt dat die zo'n 40 jaar bij Wilton-Fijenoord gewerkt heeft in functies waarin hij heel goed zicht heeft gehad op de werkomstandigheden van een plaatwerker als [de oud-werknemer] - is door Wilton-Fijenoord als zodanig niet inhoudelijk betwist. Met wat [geïntimeerde] heeft overgelegd heeft zij voldaan aan haar stelplicht, nog daargelaten dat de rechtspraak aanvaardt dat de werknemer "zich wegens de aard van de materie vaak noodgedwongen tot de hoofdlijnen zal moeten beperken" aldus HR 6 april 1990, LJN AB9376 (Janssen-Nefabas). Dat zulks voor [geïntimeerde] i.c. anders ligt is gesteld noch gebleken. De betwisting van de verklaringen van [de oud-werknemer] zelf en die van de getuigen is zowel in eerste aanleg als ook in hoger beroep te weinig concreet en/of onderbouwd. Zo geeft Wilton-Fijenoord geen respons met betrekking tot de aard en plaats van de werkzaamheden van (een plaatwerker als) [de oud-werknemer] en de schepen waarop [de oud-werknemer] volgens zijn verklaring gewerkt heeft, in het bijzonder de "Karel Doorman." Zij weerspreekt zelfs de verklaring van [B] met betrekking tot de (vele) toepassingen van asbest niet en/of stelt zij niet gemotiveerd dat dat betoog niets met het werk van [de oud-werknemer] van doen had. De verklaring van [B] dat in de periode 1955-1961 asbest overal in de scheepsbouw aanwezig was, zowel in de werkplaatsen als aan boord van schepen, sluit naadloos aan bij de hiervoor genoemde bevindingen in (de bijlagen bij) de Asbestprotocollen van de Gezondheidsraad. [A] stelt: "Ook werd in onze directe werkomgeving spuit-asbest gebruikt." Wilton-Fijenoord heeft bij pleidooi in hoger beroep niet ontkend dat er op haar werf asbest werd gespoten, zoals door [geïntimeerde] gesteld bij antwoordakte in hoger beroep en herhaald ten pleidooie; impliciet ging Wilton-Fijenoord daarvan zelf bij conclusie van antwoord ook al uit. In het licht van het voorgaande hof acht het hof de opmerking met voetnoot 24 in de pleitnota in hoger beroep "(o)p enkele plaatsen op dat terrein werd asbest gebruikt, maar niet door Wilton-Fijenoord-werknemers zelf" zonder nadere toelichting, die ontbreekt, te algemeen van aard om als gemotiveerde betwisting te kunnen dienen. De suggestie (CvA nr. 168/MvG 155) dat [A] niet weet met welk materiaal hij en zijn collega's in de weer geweest zouden zijn mist de vereiste onderbouwing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/178e49ce61baceb066bc149bb1821e067979c9142c3406ab75a820dd14549245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 178e49ce61baceb066bc149bb1821e067979c9142c3406ab75a820dd14549245, en de alinea staat in dat document op bytes 27910 tot 32150.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/178e49ce61baceb066bc149bb1821e067979c9142c3406ab75a820dd14549245 | shasum -a 256