Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 18 december 2012
Alinea 83 Gerechtshof 's-Gravenhage 18 december 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 18 december 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6208.
5.2.2 Het verweer is overigens ook gedoemd te mislukken. Tot uitgangspunt dient dat sedert HR 25 juni 1993, LJN AD1907 (Cijsouw/De Schelde I) een werkgever die "te kort is geschoten in haar verplichting om al die veiligheidsmaatregelen te nemen welke waren vereist met het oog op de haar bekende gevaren van het werken met asbest en dit verzuim de kans dat [de werknemer] een tot een mesothelioom leidend asbestkristal zou binnenkrijgen, in aanmerkelijke mate heeft verhoogd, ( ... ) ingevolge art. 1638x voor de daaruit voortvloeiende schade aansprakelijk (is), ook al heeft die nalatigheid geleid tot de verwezenlijking van een haar toen niet bekend gevaar (mesothelioom). Zulks is slechts anders, indien [de werkgever] aannemelijk maakt dat het nemen van de destijds vereiste veiligheidsmaatregelen de verwezenlijking van het gevaar van mesothelioom waarschijnlijk niet had kunnen voorkomen." Vast staat dat reeds Hampe in 1942 publiceerde over het risico van asbestose en longkanker bij blootstelling aan asbest. Voorts is niet in geschil dat in 1949 asbestose als beroepsziekte werd erkend, in dat jaar het wetsontwerp "Wettelijke regeling betreffende het voorkomen en het bestrijden van silicose en andere stoflongziekten (pneumoconioses)" werd ingediend en in de MvT daarbij werd gewezen op het gevaar van asbestose, dat voorkomt "onder het personeel van bedrijven, waar tegen-warmte-isolerend materiaal wordt verwerkt", m.a.w. (ook) bedrijven als Wilton-Fijenoord. Wilton-Fijenoord wijst er op dat [de oud-werknemer] geen asbestisoleerder of matrassenmaker was, "werknemers met ( ... ) geheel andere werkzaamheden dan die van [de oud-werknemer]." (pleitnota mr. Timpert-De Vries nr. 9). Wilton-Fijenoord laat evenwel na een beschrijving te geven van de werkzaamheden van [de oud-werknemer], terwijl [de oud-werknemers] eigen beschrijving in het IAS-rapport van zijn werkzaamheden op onderdelen aan asbestisoleren doet denken. Op gelijke voet verklaarde, zoals hiervoor reeds geciteerd, [A], die er immers ook op wijst dat "er in onze directe werkomgeving spuit-asbest werd gebruikt." [geïntimeerde] heeft er voorts onweersproken op gewezen dat reeds in 1954 in 'Bouw' (prod. H) een artikel verscheen van Bezemer, Medisch Adviseur bij de Arbeidsinspectie, over het gevaar van asbestspuiten. Bezemer wijst erop dat werknemers slechts met moeite aan het dragen van persoonlijke beschuttingsmiddelen te krijgen zijn en daarom geregelde medische controle en intensief toezicht ook van de zijde van het bedrijf nodig is. Vervolgens werd in 1960 met de publicatie van Wagner cs. in de British Journal of Industrial Medicine de blootstelling aan asbest als oorzaak voor het ontstaan van mesothelioom aangetoond, verscheen in 1962 de Europese lijst van beroepsziekten met vermelding van asbestose (evt. met longkanker) waarna in 1964 op de Asbestconferentie in New York het oorzakelijk verband tussen blootstelling aan asbest en mesothelioom werd erkend. Intussen deed de Arbeidsinspectie nader onderzoek. Het hof vermeldt deze medisch-wetenschappelijke ontwikkeling slechts in hoofdlijnen, partijen - en deze raadslieden in het bijzonder - kennen deze litteratuur en ontwikkeling, laatstelijk uitgeschreven in de dissertatie van Ruers, p. 475 e.v. Het staatje uit het proefschrift van Peeters dat Wilton-Fijenoord gedeeltelijk heeft overgenomen (CvA nr. 116), noemt 1951 resp. 1958 als consensusjaar voor asbestose en resp. met longkanker. Waar het om gaat is dat er (dus) reeds voorafgaand aan en tijdens het dienstverband van [de oud-werknemer] met Wilton-Fijenoord ernstige aanwijzingen waren voor de gezondheidschadelijke effecten van beroepsmatige blootstelling aan asbest en dat Wilton-Fijenoord dat wist, althans had behoren te weten. Immers, bij Wilton-Fijenoord werd gelijk elders in de scheepsbouw veelvuldig met asbest gewerkt (vgl. rov. 5.1.2) en Wilton-Fijenoord had een eigen bedrijfsarts. Dat de scheepsbouw niet in het wetsvoorstel van 1949 werd genoemd naast de spinnerijen en weverijen (CvA nr. 92) moge zo zijn, het erkende veelvuldig gebruik van asbest was er niet minder om. Het beroep van Wilton-Fijenoord op HR 17 februari 2006, LJN AU6927 en HR 4 juni 2004, LJN AO4596 in dit verband faalt: Van Buuren en Gemex waren geen asbest verwerkende bedrijven gelijk Wilton-Fijenoord.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/178e49ce61baceb066bc149bb1821e067979c9142c3406ab75a820dd14549245. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 178e49ce61baceb066bc149bb1821e067979c9142c3406ab75a820dd14549245, en de alinea staat in dat document op bytes 40332 tot 44646.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/178e49ce61baceb066bc149bb1821e067979c9142c3406ab75a820dd14549245 | shasum -a 256