Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 9 oktober 2012

Alinea 38 Gerechtshof 's-Gravenhage 9 oktober 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 9 oktober 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6297.

2.5 Ingevolge artikel 16, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de AWR) kan de inspecteur, indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of tot een te laag bedrag is vastgesteld, dan wel dat een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing, teruggaaf of heffingskorting ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, de te weinig geheven belasting dan wel de ten onrechte of tot een hoog bedrag verleende heffingskorting navorderen. Een feit, dat de inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond voor navordering opleveren, behoudens in de gevallen waarin de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cbbf708ae845b7e4a75e2d457442ebeccddfdbbef85b781aa16f7fde90034fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cbbf708ae845b7e4a75e2d457442ebeccddfdbbef85b781aa16f7fde90034fe, en de alinea staat in dat document op bytes 9943 tot 10705.