Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2012

Alinea 101 Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6937.

Het hof stelt voorop dat de beslissing om al dan niet tot vervolging van een strafbaar feit over te gaan is neergelegd bij de officier van justitie en dat die daarbij een ruime discretionaire bevoegdheid ex artikel 167 van het Wetboek van Strafvordering toekomt. De rechter toetst de vervolgingsbeslissing in beginsel zeer terughoudend. Het aan het openbaar ministerie opgedragen opportuniteitsbeginsel impliceert voorts een belangenafweging tussen enerzijds het algemeen belang dat met de vervolging kan zijn gediend en anderzijds het individuele belang van de verdachte om buiten het strafrechtelijke systeem te blijven. Slechts indien de vervolging in strijd is met wettelijke of verdragsrechtelijke bepalingen of beginselen van een goede procesorde, kan sprake zijn van verval van het recht tot strafvervolging en van een door de rechter om die reden uit te spreken niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Beoordeeld wordt dan ook slechts of het openbaar ministerie, na afweging van de betrokken belangen, in redelijkheid tot de vervolging kon komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f07d58eabf2d201a47760877abceb4fa584f3fc8abe5ba2ba4663cce524582bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f07d58eabf2d201a47760877abceb4fa584f3fc8abe5ba2ba4663cce524582bf, en de alinea staat in dat document op bytes 30887 tot 31965.