Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2012
Alinea 161 Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6937.
Het hof sluit allereerst niet uit dat T20 in de veronderstelling verkeerde dat, indien hij zou gaan praten, hij zou worden vrijgelaten, hetgeen hij heeft toegelicht tijdens zijn verhoor bij de rechter-commissaris. Gezien de inhoud van dit verhoor bij de rechter-commissaris doelt T20 op zijn eerdere mededelingen omtrent een aantal leden van de zogenaamde groep van dertien die enige betrokkenheid zouden hebben gehad bij de kaping van de Choizil. De getuige T20 stelt nog echter bij de rechter-commissaris dat volgens hem geen mensen van de groep van dertien bij de kaping van het zeiljacht betrokken waren. Het hof stelt vast dat de eerdere door T20 tegenover de Marechaussee afgelegde verklaringen over de rol van de verdachte bij de kaping van de Choizil van horen zeggen zijn, terwijl de verdachte die rol uitdrukkelijk betwist. In zoverre zijn de verklaringen van T20 twijfelachtig en naar het oordeel van het hof onbruikbaar voor het bewijs dat de verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij de kaping van de Choizil.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f07d58eabf2d201a47760877abceb4fa584f3fc8abe5ba2ba4663cce524582bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f07d58eabf2d201a47760877abceb4fa584f3fc8abe5ba2ba4663cce524582bf, en de alinea staat in dat document op bytes 56696 tot 57735.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f07d58eabf2d201a47760877abceb4fa584f3fc8abe5ba2ba4663cce524582bf | shasum -a 256