Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2012
Alinea 216 Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 20 december 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6937.
Gelet op het hiervoor overwogene is het hof van oordeel dat niet bewezen verklaard kan worden dat de verdachte ver voorafgaand aan zijn aanhouding al betrokken is geweest bij concrete daden van geweld tegen vaartuigen en de zich daarop bevindende personen en/of goederen. Nu het hof - evenals de rechtbank - van oordeel is dat het dossier evenmin specifieke en overtuigende bewijsmiddelen bevat dat de verdachte ver voorafgaand aan zijn aanhouding heeft dienstgenomen of dienstgedaan op een vaartuig dat bestemd was tot het plegen van daden van geweld tegen vaartuigen en de zich daarop bevindende personen en/of goederen, zal de verdachte van een groot deel van de ten laste gelegde periode worden vrijgesproken. Dit betreft de periode voorafgaand aan 15 oktober 2010. Deze datum is gebaseerd op de verklaringen van de verdachte en de medeverdachte T17 over hetgeen zich voorafgaand aan de aanhouding van de PAG heeft afgespeeld: de reis naar Baraawe, het verblijf in het hotel aldaar, de reis naar Kismaayo en de reis naar en het verblijf op Koyaama Island.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f07d58eabf2d201a47760877abceb4fa584f3fc8abe5ba2ba4663cce524582bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f07d58eabf2d201a47760877abceb4fa584f3fc8abe5ba2ba4663cce524582bf, en de alinea staat in dat document op bytes 74594 tot 75666.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f07d58eabf2d201a47760877abceb4fa584f3fc8abe5ba2ba4663cce524582bf | shasum -a 256