Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 21 december 2012
Alinea 91 Gerechtshof 's-Gravenhage 21 december 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 21 december 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6967.
Daartoe heeft hij allereerst gesteld dat het dossier de mogelijkheid open laat dat de medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) het slachtoffer om het leven heeft gebracht. Daarbij heeft hij gewezen op het motief dat [medeverdachte 1] had om het slachtoffer van het leven te beroven, alsook op de in de woning aangetroffen dactyloscopische sporen van [medeverdachte 1]. Verder is bij de behandeling in hoger beroep gebleken dat de dood van het slachtoffer enkele minuten na het breken van het rechter hoorntje van het tongbeen is ingetreden, welke breuk weer is veroorzaakt door verwurging. Nu de verdachte, noch [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] omsnoerend geweld op de hals van het slachtoffer hebben toegepast en het slachtoffer bij hun vertrek uit de woning nog in leven was, moet worden geconcludeerd dat het slachtoffer op een later moment moet zijn omgebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20dc273e77e91f5de87dadc1c3d89ab94c7658cbe831c7933ad1d59f305498a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20dc273e77e91f5de87dadc1c3d89ab94c7658cbe831c7933ad1d59f305498a5, en de alinea staat in dat document op bytes 21524 tot 22427.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/20dc273e77e91f5de87dadc1c3d89ab94c7658cbe831c7933ad1d59f305498a5 | shasum -a 256