Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 27 april 2012
Alinea 38 Gerechtshof 's-Gravenhage 27 april 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 27 april 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY7739.
Het hof is - in navolging van de rechtbank - van oordeel dat uitgangspunt is dat de verdachte moet weten tegen welke beschuldiging hij zich heeft te verweren en dat de rechter moet weten welk feit hij tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft te onderzoeken. In de tenlastelegging is de inhoud van een aantal foto- en filmbestanden beschreven. Voor het overige is ermee volstaan dat de verdachte "onder meer" deze afbeeldingen in bezit heeft gehad, wat impliceert dat hij ook andere kinderpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad. Nu de tenlastelegging niet vermeld hoeveel en welke kinderpornografische afbeeldingen de verdachte in bezit zou hebben gehad, is de tenlastelegging op dit punt onvoldoende duidelijk en dient de dagvaarding op de onderdelen die zijn omschreven als "onder meer" nietig te worden verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0d241304f2e85e31ca80036f681b5d326929685edc6a0b7bbccdb6b18009fed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0d241304f2e85e31ca80036f681b5d326929685edc6a0b7bbccdb6b18009fed, en de alinea staat in dat document op bytes 9920 tot 10764.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0d241304f2e85e31ca80036f681b5d326929685edc6a0b7bbccdb6b18009fed | shasum -a 256