Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 27 april 2012
Alinea 44 Gerechtshof 's-Gravenhage 27 april 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 27 april 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY7739.
Uit het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2010 (LJN BL3228) kan worden afgeleid dat dit uitgangspunt ook geldt voor jeugdzaken. Het hof merkt op dat de vervolging en berechting in eerste aanleg onwenselijk lang heeft geduurd: ruim dertig maanden na aanvang van de redelijke termijn is de zaak afgedaan, terwijl bij jeugdzaken als uitgangspunt geldt dat dit binnen zestien maanden dient te geschieden. Dit heeft blijkens het dossier onder meer te maken gehad met een capaciteitsgebrek bij de unit Zedenpolitie, zodanig dat overige werkzaamheden bij deze unit meer prioriteit kregen. Dat laatste neemt echter niet weg dat de officier van justitie in een zaak als de onderhavige - waarbij verdachte eigener beweging gemeld heeft dat hij kinderporno in bezit had - desondanks voldoende tijd en gelegenheid moet hebben om onderzoek te doen verrichten, waarbij zowel de belangen van de verdachte als de belangen van de maatschappij in ogenschouw moeten worden genomen. Hiermee is kennelijk meer tijd gemoeid geweest dan op zich wenselijk te achten is. Gelet op het vooroverwogene zal het hof een ander gevolg aan deze overschrijding verbinden dan de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0d241304f2e85e31ca80036f681b5d326929685edc6a0b7bbccdb6b18009fed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0d241304f2e85e31ca80036f681b5d326929685edc6a0b7bbccdb6b18009fed, en de alinea staat in dat document op bytes 12101 tot 13312.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0d241304f2e85e31ca80036f681b5d326929685edc6a0b7bbccdb6b18009fed | shasum -a 256