Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 25 mei 2012

Alinea 149 Gerechtshof 's-Gravenhage 25 mei 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 25 mei 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY8971.

5.5.7. Voor de hoogte van de uiteindelijk voor elk van de nog betrokken jaren gepleegd beboetbaar feit opgelegde boete en ter beantwoording van de vraag of deze boete telkens passend en geboden is, neemt het Hof als uitgangspunt dat, naar de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt, belanghebbende gedurende een reeks van jaren tegoeden op een bankrekening heeft aangehouden in een land met een bankgeheim, met de bedoeling de daaruit genoten voordelen buiten het zicht van de Nederlandse fiscus te houden, en dat bij de beboeting de omvang van de verzwegen belasting dient te worden bepaald aan de hand van de bedragen die voor de heffing zijn vastgesteld. Uit hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd en overigens uit de gedingstukken naar voren komt, is overigens geen concrete aanwijzing te putten dat de navorderingsaanslagen te hoog zijn vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb90daa7064a16df90ea74729f78745b8ba2f158728b9cf697cf24862bade770. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb90daa7064a16df90ea74729f78745b8ba2f158728b9cf697cf24862bade770, en de alinea staat in dat document op bytes 52604 tot 53469.