Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 25 mei 2012

Alinea 63 Gerechtshof 's-Gravenhage 25 mei 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 25 mei 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY8971.

Op grond van artikel 18, lid 1, van de AWR ben ik voornemens over een deel van de correcties een niet- ordeboete van 100% op te leggen. Hiervan zal ik 50% kwijtschelden. (…) Naast de gevolgen voor de belastingheffing ben ik voornemens om gelijktijdig met het vaststellen van de navorderingsaanslag over een deel daarvan een boete op te leggen. Het betreft een vergrijpboete ingevolge artikel 67e AWR en hoofdstuk IV van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998. Deze boete bedraagt 50% van een deel van het bedrag van de navorderingsaanslag. Uit het onderzoek door de Belastingdienst is gebleken dat uw cliënte in haar aangiftebiljetten geen melding heeft gemaakt van door haar aangehouden buitenlandse bankrekeningen en de opbrengsten daarvan, terwijl zij wel de beschikking had over dergelijk bankrekeningen en opbrengsten. De hierop betrekking hebbende vragen op het aangiftebiljet heeft zij niet, dan wel onjuist beantwoord. Het is algemeen bekend dat het verplicht is van dergelijke banktegoeden en inkomsten melding te maken in fiscale aangiften voor de inkomstenbelasting. Ik ben van mening dat uw cliënte heeft nagelaten genoemde inkomsten op te geven met het oogmerk belasting te ontduiken, dan wel dat zij zich willens en wetens blootgesteld heeft aan de geenszins te verwaarlozen kans dat, door het ten onrechte niet aangeven van genoemde inkomstenbestanddelen te weinig belasting zou, worden geheven. Op grond hiervan ben ik van mening dat sprake is van (voorwaardelijke) opzet. Omdat uw cliënte gebruik gemaakt heeft van buitenlandse rekeningen om deze banktegoeden en de opbrengsten daar uit buiten het zicht te houden van de nederlandse belastingdienst ben ik van mening dat sprake is van een strafverzwarende omstandigheid welke een boete van 100% zou rechtvaardigen. Aangezien zij bij het onderzoek volledige medewerking heeft verleend zal ik de boete echter (voor zover nodig na kwijtschelding) vaststellen op 50%. (…) In het geval er heffingsrente verschuldigd is, wordt deze vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. Op het aanslagbiljet wordt het bedrag van de heffingsrente gespecificeerd vermeld. Ik stel u in de gelegenheid om vóór 9 mei 2003 schriftelijk op de voorgenomen navordering te reageren. Tevens verzoek ik u dan de gronden waarop mijn voornemen tot het opleggen van de boete berust, gemotiveerd te betwisten. Indien u dat wenst kunt u uw standpunt ook mondeling toelichten. Ik verzoek u hiervoor eveneens vóór 9 mei 2003 een afspraak met mij te maken. (…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb90daa7064a16df90ea74729f78745b8ba2f158728b9cf697cf24862bade770. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb90daa7064a16df90ea74729f78745b8ba2f158728b9cf697cf24862bade770, en de alinea staat in dat document op bytes 27225 tot 29764.