Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 27 november 2012

Alinea 119 Gerechtshof 's-Gravenhage 27 november 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 27 november 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY9821.

51. Het hof overweegt als volgt. Naar het oordeel van het hof staat vast dat [broer A] de handtekening van zijn moeder heeft vervalst als gevolg waarvan hij heeft kunnen beschikken over de bankrekening van zijn moeder. Naar het oordeel van het hof heeft [broer B] in de bijlage van zijn inleidende dagvaarding zeer gedetailleerd aangegeven welke bedragen [broer A] heeft opgenomen. Door [broer B] is een groot aantal bankafschriften in het geding gebracht waaruit volgt dat er grote geldbedragen zijn opgenomen. [Broer B] woonde in de betreffende periode in [het buitenland]. De moeder van partijen leed aan een geestelijke stoornis en kon niet zelfstandig hebben gehandeld. Gezien vorenstaande feiten rust op [broer A] de bewijslast om aan te tonen waaraan de opnames en overboekingen zijn besteed. Naar het oordeel van het hof heeft [broer A] geen deugdelijke verklaring gegeven voor de aanzienlijke geldopnames voor zijn moeder. Het hof kan zich derhalve vinden in het oordeel van de rechtbank dat het totaal van de onrechtmatige onttrekkingen kan worden begroot op een bedrag van € 50.684,52.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aa61e2ff572f17dc7a05a7b72b0837eacd824bb492e857ec1169337d3253814. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aa61e2ff572f17dc7a05a7b72b0837eacd824bb492e857ec1169337d3253814, en de alinea staat in dat document op bytes 33007 tot 34118.