Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 3 februari 2012
Alinea 124 Gerechtshof 's-Gravenhage 3 februari 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 3 februari 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:CA3755.
5.5.8. Voor de hoogte van de uiteindelijk voor elk van de nog betrokken jaren gepleegd beboetbaar feit opgelegde boete en ter beantwoording van de vraag of deze boete telkens passend en geboden is, neemt het Hof als uitgangspunt dat, naar de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt, belanghebbende gedurende een reeks van jaren tegoeden op een bankrekening heeft aangehouden in een land met een bankgeheim, met de bedoeling de daaruit genoten voordelen buiten het zicht van de Nederlandse fiscus te houden, en dat bij de beboeting de omvang van de verzwegen belasting dient te worden bepaald aan de hand van de bedragen die voor de heffing zijn vastgesteld. Uit hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd en overigens uit de gedingstukken naar voren komt, is overigens geen concrete aanwijzing te putten dat de navorderingsaanslagen te hoog zijn vastgesteld. Bovendien is het bekend dat een bank in het algemeen over tegoeden op een rekening jaarlijks rente uitkeert. Naar ervaringsregelen worden dergelijke tegoeden bewust verborgen gehouden en worden deze niet onbekommerd uitgeput.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dff740435700c85f639d757edc1c9e8861f7781be7746ad614679199a74c2db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dff740435700c85f639d757edc1c9e8861f7781be7746ad614679199a74c2db, en de alinea staat in dat document op bytes 48787 tot 49878.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5dff740435700c85f639d757edc1c9e8861f7781be7746ad614679199a74c2db | shasum -a 256