Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 maart 2001

Alinea 84 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 maart 2001

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 maart 2001, ECLI:NL:GHSHE:2001:AB0835.

Ten aanzien van de onderhavige tenlastelegging brengt dat met zich mee, dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in zijn strafvervolging voor zover de primair en subsidiair, aanhef en onder A, aanhef en onder 1 en subsidiair, aanhef en onder B, aanhef en onder 1 ten laste gelegde feiten in de hiervoor bedoelde zin zijn gepleegd -dat wil zeggen mede omvattend het intreden van het gevolg- vóór 16 februari 1987 en ten aanzien van de subsidiair, aanhef en onder A, aanhef en onder 2 en subsidiair, aanhef en onder B, aanhef en onder 2 en meer subsidiair ten laste gelegde feiten, voor zover deze zijn gepleegd vóór 16 februari 1993. De verjaringstermijnen voor deze feiten zijn immers twaalf respectievelijk zes jaren en de verjaring is gestuit door de betekening van de dagvaarding aan verdachte op 16 februari 1999.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87c554a26363996682a610171b9ce254f4ea5b60ea954fa3538df825b3a7581f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87c554a26363996682a610171b9ce254f4ea5b60ea954fa3538df825b3a7581f, en de alinea staat in dat document op bytes 14145 tot 14988.