Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 oktober 2001

Alinea 36 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 oktober 2001

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 oktober 2001, ECLI:NL:GHSHE:2001:AD4498.

Nu de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg was vrijgesproken, is het toelaatbaar te achten dat het openbaar ministerie, toen het benaderd werd door de raadsman van [naam getuige A] met het aanbod een verklaring af te leggen, op dat voorstel is ingegaan. Het betrof immers een strafzaak betreffende moord c.q. doodslag. Niet aannemelijk is, dat met andere middelen het door het openbaar ministerie noodzakelijk geachte aanvullende bewijsmateriaal beschikbaar zou kunnen worden gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d59bf459d61bcbd21929cdc1e41e22ee29378a51f5c6eb9b1de02ceae66e716. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d59bf459d61bcbd21929cdc1e41e22ee29378a51f5c6eb9b1de02ceae66e716, en de alinea staat in dat document op bytes 12006 tot 12512.