Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 4 oktober 2001
Alinea 52 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 4 oktober 2001
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 4 oktober 2001, ECLI:NL:GHSHE:2001:AD4817.
4.5. Na het vorenoverwogene resteert nog de vraag of voor de geconstateerde ongelijke behandeling van gelijke gevallen een objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond bestaat. Naar het oordeel van het Hof is dat niet het geval. Het Hof ziet niet in op welke grond de wetgever, die versnippering van bedrijfsvermogen heeft willen voorkomen, de faciliteit niet kon of wilde verlenen in een geval als het onderhavige, waar de wetgever dat wel heeft gedaan bij de vergelijkbare faciliteiten, neergelegd in artikel 32, lid 1 onderdeel e, juncto artikel 24, lid 2, onderdeel b, van de Successiewet 1956, artikel 15, derde lid, Wet IB 1964 en artikel 3:63 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76bdb6cb7b81aa2e85481d12e4eeb6bf6f7071320fe3d11c4ef8e29dc87d560f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76bdb6cb7b81aa2e85481d12e4eeb6bf6f7071320fe3d11c4ef8e29dc87d560f, en de alinea staat in dat document op bytes 18648 tot 19354.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76bdb6cb7b81aa2e85481d12e4eeb6bf6f7071320fe3d11c4ef8e29dc87d560f | shasum -a 256