Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 april 2002

Alinea 58 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 april 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 april 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AE3740.

Dat het doorslaggevend motief belastingverijdeling was dient in het algemeen door de inspecteur aannemelijk te worden gemaakt. Naar het oordeel van het Hof dient echter bij een samenstel van rechtshandelingen als het onderhavige uit te worden gegaan van het door de belanghebbende te weerleggen vermoeden dat de doorslaggevende beweegreden voor het aangaan van de rechtshandelingen belastingverijdeling is geweest. Hier geldt immers, net als bij de beoordeling van de vraag of gehandeld is in strijd met doel en strekking van de wet, als uitgangspunt dat, indien een vennootschap aan haar moedermaatschappij een dividenduitkering doet en dit dividend schuldig blijft, zonder tegenbewijs, ervan moet worden uitgegaan dat de omzetting in vreemd vermogen niet heeft plaatsgevonden ten behoeve van de door de dochtervennootschap uitgeoefende onderneming en mitsdien geen zakelijk doel diende. Als vast staat dat er geen zakelijk doel werd gediend moet er naar het oordeel van het Hof zonder tegenbewijs eveneens vanuit worden gegaan dat het verijdelen van belastingheffing de doorslaggevende beweegreden was voor het aangaan van de rechtshandelingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/115186563088a60309891f1fb159eb36f2270482aab027ee82ebe13a8a830471. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 115186563088a60309891f1fb159eb36f2270482aab027ee82ebe13a8a830471, en de alinea staat in dat document op bytes 17126 tot 18287.