Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 april 2002
Alinea 69 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 april 2002
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 april 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AE3740.
4.2. Belanghebbendes subsidiaire stelling houdt, naar het Hof verstaat, in, dat het rendement behaald op het door de teruggeleende dividenduitkering ad ƒ 5.500.000,-- gefinancierde deel van belanghebbendes bezittingen voor de heffing van vennootschapsbelasting uit haar commerciële winst moet worden geëlimineerd. Deze stelling berust op de in 3.2 genoemde arresten. Deze arresten betreffen, voor zover te dezen van belang, de redelijke heffing van inkomstenbelasting over inkomsten die gegenereerd zijn met geleend vermogen, waarbij de renteaftrek ter zake van dat vermogen op grond van het leerstuk van de 'richtige heffing' is uitgesloten. De Hoge Raad oordeelde in BNB 1982/245 dat "overigens een redelijke toepassing van artikel 31 (van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, Hof) meebrengt dat de omstandigheid dat bij de heffing van belasting van belanghebbende geen rekening wordt gehouden met de door belanghebbende gesloten overeenkomst van geldlening, tevens zal beletten rekening te houden met inkomensbestanddelen die zijn terug te voeren op de overeenkomst van geldlening;" (cursivering Hof).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/115186563088a60309891f1fb159eb36f2270482aab027ee82ebe13a8a830471. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 115186563088a60309891f1fb159eb36f2270482aab027ee82ebe13a8a830471, en de alinea staat in dat document op bytes 21904 tot 23029.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/115186563088a60309891f1fb159eb36f2270482aab027ee82ebe13a8a830471 | shasum -a 256