Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 juli 2002

Alinea 263 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 juli 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 juli 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AE5920.

10.3.8 De rechtbank heeft in haar eindvonnis d.d. 9 februari 2001 de visie van deze getuige-deskundige onjuist geïnterpreteerd. Volgens de rechtbank is de heer [docent Koerdisch], hoogleraar aan de universiteit in Utrecht en docent Koerdisch aldaar, niet tot de conclusie gekomen dat de in het dossier gegeven vertalingen van telefoongesprekken niet goed zouden zijn, integendeel zelfs. De getuige-deskundige heeft verklaard dat het transcript verbazingwekkend goed is en dat de tolk uit het gesprek woorden beter kan onderscheiden dan hij. Hij voegt daaraan toe: "Hij (de tolk) kan het echt heel goed." Daarnaast constateert de rechtbank dat de meeste tapgesprekken, voor zover van belang, door drie tolken zijn vertaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8f5e56e03f9a4e196ae5a5fd4423e0ae766b17a9d913483dfdd692eb159575d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8f5e56e03f9a4e196ae5a5fd4423e0ae766b17a9d913483dfdd692eb159575d, en de alinea staat in dat document op bytes 103171 tot 103907.