Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 juni 2002

Alinea 35 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 juni 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 juni 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AE6308.

4.13. Ten overvloede voegt het Hof hier nog aan toe dat het geen aanwijzingen ziet dat belanghebbende in het onderhavige jaar, althans tot de bekendmaking van het arrest van de Hoge Raad van 8 juli 1997, BNB 1997/310, ervan uit is gegaan dat hij niet premieplichtig zou zijn voor de volksverzekeringen. Hij heeft dit ook niet gesteld. Dit sluit ook aan bij de in Nederland algemeen heersende opvatting totdat dit arrest gewezen werd, inhoudende dat een verzekerde in de situatie van belanghebbende tevens premieplichtig is voor de volksverzekeringen. In een in kopie tot de gedingstukken behorende publicatie in het Financieel Dagblad merkt belanghebbendes gemachtigde ook op dat de Hoge Raad in het arrest van 8 juli 1997 de betrokkene in die zaak tot ieders verbazing in het gelijk heeft gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f976cae43593c457a6d8595e18d9f767309289672549b1e58d09c8c4ed6663e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f976cae43593c457a6d8595e18d9f767309289672549b1e58d09c8c4ed6663e5, en de alinea staat in dat document op bytes 17400 tot 18211.