Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 september 2002
Alinea 104 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 september 2002
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 september 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AF0965.
5.7.6. Het hof is van oordeel dat [appellant 2], gelet op de gemotiveerde betwisting door [geïntimeerde c.s.], dient te bewijzen dat er door de beslaglegging 30 eieren en/of jonge duiven zijn gesneuveld. Nu [appellant 2] uitdrukkelijk bewijs heeft aangeboden van zijn stellingen zal het hof hem, aangezien overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv (artikel 177 oud Rv) de bewijslast van zijn stellingen op hem rust, toelaten tot het bewijs.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6815a87ffc7b1d8659d00253c473f67c4c4dcf1a78be0ac17a2dcfac93051f44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6815a87ffc7b1d8659d00253c473f67c4c4dcf1a78be0ac17a2dcfac93051f44, en de alinea staat in dat document op bytes 25834 tot 26295.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6815a87ffc7b1d8659d00253c473f67c4c4dcf1a78be0ac17a2dcfac93051f44 | shasum -a 256