Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 september 2002

Alinea 61 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 september 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 september 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AF0965.

4.3.3. Het hof is van oordeel dat niet is gesteld noch gebleken dat appellanten op de hoogte waren van het overlijden van [onder bewind gestelde], en dat zij, anders dan geïntimeerden stellen, daarvan ook redelijkerwijs niet op de hoogte hadden kunnen zijn. De enkele publicatie in een dagblad van de overlijdensadvertentie met betrekking tot [onder bewind gestelde] brengt naar het oordeel van het hof niet mee dat appellanten daarvan geacht moeten worden kennis te hebben genomen. Appellanten zijn derhalve ontvankelijk in hun hoger beroep en het geding zal worden voortgezet op naam van de oorspronkelijke partijen, zijnde [geïntimeerde 1] in zijn hoedanigheid van executeur-testamentair over de nalatenschap van wijlen [erflater] en in zijn hoedanigheid van medebewindvoerder over [onder bewind gestelde], en [geïntimeerde 2], in haar hoedanigheid van medebewindvoerder over [onder bewind gestelde]. Geïntimeerden zullen hierna worden aangeduid als [geïntimeerde c.s.]

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6815a87ffc7b1d8659d00253c473f67c4c4dcf1a78be0ac17a2dcfac93051f44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6815a87ffc7b1d8659d00253c473f67c4c4dcf1a78be0ac17a2dcfac93051f44, en de alinea staat in dat document op bytes 11213 tot 12204.