Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 maart 2002

Alinea 52 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 maart 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 maart 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AF0970.

In het licht van het uitgangspunt dat het openbaar ministerie en politie bij de opsporing en vervolging dienen te handelen met inachtneming van daaraan te stellen eisen van rechtmatigheid en hantering van de beginselen van een behoorlijke procesorde zijn naar het oordeel van het hof op grond van het bovenstaande geen feitelijke aanknopingspunten te vinden voor de stelling van de verdediging, dat de betreffende informatie slechts vergaard kan zijn met schending van de Nederlandse soevereiniteit, dan wel dat er vanuit gegaan moet worden dat de informatie overigens op onrechtmatige wijze zou zijn vergaard. De blote stelling dat de informatie betreft een gebeurtenis op Nederlands grondgebied, zodat die informatie wel met miskenning van de Nederlands soevereiniteit moet zijn vergaard is daartoe volstrekt onvoldoende, temeer nu het hier kennelijk om informatie gaat van horen zeggen. Het verweer mist derhalve feitelijke grondslag. Het ontberen van de gelegenheid om een aantal getuigen (nader) te horen vormt een beslissing van het hof en raakt derhalve niet de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dddfdba9f70f933df6db8235470c47e412d2fbaf113be6c42c2f3dd4fe394ccb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dddfdba9f70f933df6db8235470c47e412d2fbaf113be6c42c2f3dd4fe394ccb, en de alinea staat in dat document op bytes 18407 tot 19534.