Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 maart 2002

Alinea 54 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 maart 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 maart 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AF0970.

Naar het oordeel van het hof komt hieruit naar voren dat observaties altijd plaatsvonden op de openbare weg of in publieke gelegenheden, ook wanneer gebruik is gemaakt van al dan niet op een vaste plaats bevestigde (video-)camera's, dat deze observaties in tijd en frequentie gezien de lange duur van het onderzoek beperkt zijn gebleven, terwijl ook niet is gebleken dat een verder gaand doel is nagestreefd dan het trachten in beeld te brengen van een aantal ontmoetingen van de verdachten alsmede het bezoeken van bepaalde locaties door hen. In aanmerking genomen dat het in al deze gevallen ging om verdenking terzake van ernstige feiten is het hof van oordeel dat - uiteraard - een inbreuk is gemaakt op de privacy van verdachte als bedoeld in artikel 8 EVRM, maar dat daartoe een voldoende wettelijke basis aanwezig is in artikel 2 van de Politiewet juncto artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering. De enkele omstandigheid dat ter beantwoording van de vraag of de verdachte [medeverdachte 1] zich op bepaalde momenten thuis bevond in het voorbijgaan een blik in de woning van betrokkene is geworpen doet aan het vorenstaande ook niet af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dddfdba9f70f933df6db8235470c47e412d2fbaf113be6c42c2f3dd4fe394ccb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dddfdba9f70f933df6db8235470c47e412d2fbaf113be6c42c2f3dd4fe394ccb, en de alinea staat in dat document op bytes 20392 tot 21553.