Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 maart 2002

Alinea 60 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 maart 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 maart 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AF0970.

Naar het oordeel van het hof vindt die stelling geen steun in het recht. Het openbaar ministerie staat het in beginsel vrij om een nadere vordering gericht op uitbreiding van het gerechtelijk vooronderzoek te doen indien tijdens het lopende gerechtelijk vooronderzoek blijkt van verdenking van andere strafbare feiten dan waarvoor het gerechtelijk vooronderzoek is gevorderd. Dat zou slechts anders zijn indien zou komen vast te staan dat het openbaar ministerie welbewust en met de kennelijke bedoeling om de rechten van de verdachte te frustreren gebruik zou maken van een machtiging om een dwangmiddel toe te passen, terwijl vast staat dat anderszins dat dwangmiddel geen toepassing zou kunnen vinden. Die situatie doet zich hier geenszins voor en er zijn ook geen feiten of omstandigheden gesteld, die een dergelijke stelling aannemelijk doen zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dddfdba9f70f933df6db8235470c47e412d2fbaf113be6c42c2f3dd4fe394ccb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dddfdba9f70f933df6db8235470c47e412d2fbaf113be6c42c2f3dd4fe394ccb, en de alinea staat in dat document op bytes 25765 tot 26630.