Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 maart 2002

Alinea 63 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 maart 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 maart 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AF0970.

Naar het oordeel van het hof dient voorop te worden gesteld dat er geen rechtsregel aan in de weg staat dat woorden, geuit voor of na een telefoongesprek, afgeluisterd en/of opgenomen door middel van een rechtmatige telefoontap (als hier overigens het geval) doordat de telefoonverbinding open was voor dan wel toevalligerwijze open bleef na dat telefoongesprek worden gebezigd tot bewijs van een strafbaar feit. A fortiori heeft dit te gelden voor de vraag of het openbaar ministerie van een dergelijke toevallige gebeurtenis gebruik maakt om een vervolging (mede) op te baseren. Dit zou (mogelijk) slechts anders zijn indien de tapbevoegdheid opzettelijk was aangewend voor het afluisteren/opnemen van andere dan telefoongesprekken. Het standpunt van de verdediging dat een dergelijke handelwijze hier aan de hand is geweest omdat er een technische voorziening is getroffen als hiervoor bedoeld - eerst na 30 minuten afsluiten van een dergelijk open lijn gesprek - miskent daarbij naar het oordeel van het hof twee omstandigheden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dddfdba9f70f933df6db8235470c47e412d2fbaf113be6c42c2f3dd4fe394ccb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dddfdba9f70f933df6db8235470c47e412d2fbaf113be6c42c2f3dd4fe394ccb, en de alinea staat in dat document op bytes 28562 tot 29609.