Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28 november 2002

Alinea 58 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28 november 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28 november 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AF1218.

Nu het hof hiervoor ad Grief I heeft overwogen, dat er geen sprake is geweest van opvolgend vervoer, dient voor bepaling van de ingangsdatum van de verjaringstermijn niet art. 39 lid 4 CMR, doch art. 32 lid 1 CMR te worden toegepast. De tweede grief van [appellante] ("indien er reeds sprake zou zijn van opvolgend vervoer") is in dat opzicht niet langer ter zake dienende en behoeft in zoverre geen verdere bespreking meer. Wel dient de ingangsdatum te worden bepaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f8be44f45d262530b6decfbe17d7757db37e4b18475638732b08b11b70dfe35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f8be44f45d262530b6decfbe17d7757db37e4b18475638732b08b11b70dfe35, en de alinea staat in dat document op bytes 15399 tot 15881.