Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22 februari 2002

Alinea 60 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22 februari 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22 februari 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AF5478.

2. hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 1998 tot en met 13 oktober 2000 in de gemeente Maasbracht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van MDMA, in elk geval van een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, voorwerpen, vervoermiddelen en/of stoffen, voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat die/dat bestemd waren/was tot het plegen van die/dat feit(en), immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb5e275d06aaec420e3a8c0a3ec8cdbc5e564da5afe9122c2bb2bfde74ee03ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb5e275d06aaec420e3a8c0a3ec8cdbc5e564da5afe9122c2bb2bfde74ee03ed, en de alinea staat in dat document op bytes 19700 tot 20641.