Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22 februari 2002
Alinea 86 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22 februari 2002
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22 februari 2002, ECLI:NL:GHSHE:2002:AF5478.
Naar 's hofs oordeel dienden de twee aangetroffen kletsnatte mannen op het moment dat verbalisant Schobben de vraag stelde of ze bij het XTC-laboratorium hoorden als verdachten in de zin van artikel 27, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering te worden beschouwd. Verbalisant Schobben heeft immers verklaard dat het hem en verbalisant Joskin bekend was dat een XTC-laboratorium was aangetroffen en dat twee personen nog voortvluchtig waren; zijn mededeling dat het hem "verdacht" leek dat de twee aangetroffen mannen kletsnat waren, aangezien de enige mogelijkheid om bij het XTC-laboratorium weg te komen via het water was, impliceert, naar objectieve maatstaven, dat op dat moment reeds ten aanzien van de mannen uit feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een overtreding van de Opiumwet voortvloeide.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb5e275d06aaec420e3a8c0a3ec8cdbc5e564da5afe9122c2bb2bfde74ee03ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb5e275d06aaec420e3a8c0a3ec8cdbc5e564da5afe9122c2bb2bfde74ee03ed, en de alinea staat in dat document op bytes 29382 tot 30228.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb5e275d06aaec420e3a8c0a3ec8cdbc5e564da5afe9122c2bb2bfde74ee03ed | shasum -a 256