Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 juni 2003

Alinea 116 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 juni 2003

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 juni 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AH9155.

4.11. Opmerking verdient dat het in de leveringsakte waarbij de gemeente de grond aan de rechtsvoorgangers van [geïntimeerde] overdroeg, opgenomen bouwverbod hoewel opgenomen onder het kopje "Voorwaarden en Bedingen" niet in de vorm van een beding was gegoten maar in de vorm van een constatering. De mededeling van het verbod was ook niet versterkt met een boete en/of kettingbeding. Zulk een verbod in de vorm van een privaatrechtelijk beding zou ook een doorkruising van het publiekrechtelijke bevoegdheden tot regulering van bestemming en gebruik door de gemeente betekenen. De tegenwerping van [geïntimeerde] dat hij niet door dat beding gebonden was omdat het niet in zijn koopovereenkomst of leveringsakte was opgenomen, gaat langs het belang van het verbod heen. Dat belang is dat hij door die constatering van dat verbod met dat verbod bekend was. Hij had daarom niet met een ambtelijke mededeling waarvan hij licht vermoeden kon dat deze op een vergissing berustte, mogen volstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/374029ea5a09c9a24c38de1f9ad0b3aeeac63742d2e02436440db3beb45e3f60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 374029ea5a09c9a24c38de1f9ad0b3aeeac63742d2e02436440db3beb45e3f60, en de alinea staat in dat document op bytes 22985 tot 23992.