Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18 november 2003

Alinea 41 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18 november 2003

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18 november 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AX2170.

4.2.5. Het hof stelt voorop dat de stelling van [appellant] dat onderhandelingen (na een voorafgaande aansprakelijkheidstelling) op zichzelf de verjaring kunnen stuiten, niet als juist kan worden aanvaard (HR 1 februari 2002, NJ 2002, 195). Het is echter niet uitgesloten dat het onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat een schuldenaar, die voordat de verjaringstermijn is voltooid met de schuldeiser in onderhandeling treedt, zich erop beroept dat op enig moment gedurende de onderhandelingen de verjarings-termijn is voltooid. Naar 's hofs oordeel heeft [appellant] evenwel onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan volgen dat het beroep van [geïntimeerde] op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, terwijl daarvan evenmin is gebleken. Voorts neemt het hof in aanmerking dat [geïntimeerde] zich er niet op heeft beroepen dat de verjaring gedurende de onderhandelingen is voltooid maar eerst (ruimschoots) ná het eindigen van de onderhandelingen in 1999. In dit kader is voorts van belang dat [appellant] geen grief heeft gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat [appellant] niet heeft gesteld dat [geïntimeerde] in de periode tussen 2 april 1999 (datum van de voorlaatste brief van mr. Smeets) en 3 april 2001 (datum van de laatste brief van mr. Smeets) aansprakelijkheid heeft erkend, zodat het hof ervan uitgaat dat de stelling van [appellant] dat [geïntimeerde] tijdens besprekingen aansprakelijkheid heeft erkend, ziet op erkenning vóór 2 april 1999. Het hof passeert daarom het bewijsaanbod dat [appellant] ter zake heeft gedaan (cvr, nr. 16) als niet ter zake dienend, omdat ook indien komt vast te staan dat [geïntimeerde] vóór 2 april 1999 aansprakelijkheid heeft erkend, zulks er op zichzelf niet toe leidt dat het beroep op voltooiing van de verjaringstermijn (ruimschoots) ná 2 april 1999, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/55a7fe31dbcf4908b8d1acb944f5c35920b493f50a84af6f4d114e75cd7eea9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 55a7fe31dbcf4908b8d1acb944f5c35920b493f50a84af6f4d114e75cd7eea9b, en de alinea staat in dat document op bytes 10575 tot 12584.