Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 april 2004
Alinea 116 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 april 2004
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 april 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AP0827.
6.30. De Ontvanger heeft in het verweerschrift en in zijn tijdens het onderzoek ter zitting voorgedragen pleitnota het standpunt verdedigd, dat op grond van artikel 49, vijfde lid, van de Invorderingswet 1990 slechts die gegevens moeten worden verstrekt die voor het maken van bezwaar, het instellen van beroep of beroep in cassatie redelijkerwijs van belang kunnen worden geacht. De Ontvanger huldigt het standpunt, dat artikel 49, vijfde lid, van de Invorderingswet 1990 het inzagerecht van verzoekster op de voet van artikel 7:4, tweede lid, van de Awb beperkt en - naar de Voorzieningenrechter begrijpt - tevens zijn verplichting beperkt om de op de zaak betrekking hebbende stukken te overleggen als bedoeld in artikel 8:42, eerste lid, van de Awb. Blijkens de stukken van het geding, in het bijzonder de onder 2.15 geciteerde brief van 14 oktober 2003, dient naar de mening van de Ontvanger verzoekster gedetailleerd en concreet aan te geven welke gegevens zij wenst en waarom verzoekster die gegevens dienstig acht voor het maken van bezwaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2695fe72df01564bf58cf7bdc6cceba5656ab7495a048d674fdbdbffea605859. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2695fe72df01564bf58cf7bdc6cceba5656ab7495a048d674fdbdbffea605859, en de alinea staat in dat document op bytes 41905 tot 42967.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2695fe72df01564bf58cf7bdc6cceba5656ab7495a048d674fdbdbffea605859 | shasum -a 256