Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18 juni 2004
Alinea 49 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18 juni 2004
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18 juni 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AP3706.
Ten overvloede merkt het hof hierbij op dat het Openbaar Ministerie de slachtoffers van de begane delicten tegemoet heeft willen komen en daarom heeft gekozen voor een wijze van ten laste leggen die een vlotte afwikkeling niet ten goede kwam en uiteindelijk ook niet heeft geleid tot het beoogde resultaat: de toewijzing van de door de benadeelde partijen ingediende vorderingen. Het mag in dezen weliswaar autonoom handelen, maar de zo veroorzaakte vertraging behoort naar het inzicht van het hof bij het beoordelen van de redelijkheid van de vervolgingsduur wel mede in aanmerking te worden genomen. Deze vertraging was naar het oordeel van het hof echter niet van dien aard dat zij de duur van de vervolging tot een onredelijke maakte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca3995d050b34941c9b219830d81afd1bb29ede2bdaf8885eac539f50be6120d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca3995d050b34941c9b219830d81afd1bb29ede2bdaf8885eac539f50be6120d, en de alinea staat in dat document op bytes 17134 tot 17885.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca3995d050b34941c9b219830d81afd1bb29ede2bdaf8885eac539f50be6120d | shasum -a 256