Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31 januari 2005
Alinea 89 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31 januari 2005
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31 januari 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AS4206.
Op grond van het bovenstaande zijn wij van mening dat onderzochte ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten weliswaar de ongeoorloofdheid hiervan heeft kunnen inzien, doch in mindere mate dan de gemiddeld normale mens in staat is geweest zijn wil in vrijheid - overeenkomstig een dergelijk besef - te bepalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41eb757a03e1547b590154d696276b20d564e6d308313884a078a3537c40b476. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41eb757a03e1547b590154d696276b20d564e6d308313884a078a3537c40b476, en de alinea staat in dat document op bytes 30598 tot 30939.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41eb757a03e1547b590154d696276b20d564e6d308313884a078a3537c40b476 | shasum -a 256