Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 oktober 2006

Alinea 166 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 oktober 2006

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 oktober 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:BA2897.

5.2.3. Art. 4 lid 2 EVO bepaalt dat wordt vermoed dat de huurovereenkomst - die door partijen in de uitoefening van hun bedrijf is gesloten - het nauwst is verbonden met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst haar (hoofd)vestiging heeft. Bij de overeenkomst van huur en verhuur is de kenmerkende prestatie het verschaffen van huurgenot door de verhuurder. Aangezien [X.], de verhuurster van het hotelschip, haar (hoofd)vestiging in Duitsland heeft, geldt derhalve het (weerlegbare) vermoeden dat Duits recht van toepassing is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ca2bf71ef33ae756eacdd39a8b2b11f43b48280bbd994cbf1bf0be4390baf54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ca2bf71ef33ae756eacdd39a8b2b11f43b48280bbd994cbf1bf0be4390baf54, en de alinea staat in dat document op bytes 40319 tot 40940.