Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6 augustus 2010
Alinea 51 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6 augustus 2010
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6 augustus 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BP0721.
De Hoge Raad heeft deze overweging bevestigd in zijn arrest van 23 september 2005, nr. C04/212HR, onder meer gepubliceerd in NJ 2005/488. Het Hof is van oordeel dat de overwegingen in voormelde arresten van de civiele kamer van de Hoge Raad eveneens hebben te gelden voor het belastingrecht. In een geval als het onderhavige, waarin heer B in staat van faillissement is verklaard op een tijdstip gelegen tussen de uitspraak van de Rechtbank en het instellen van het hoger beroep, heeft de Heffingsambtenaar derhalve dezelfde bevoegdheid als hem in artikel 27 van de Faillissementswet wordt toegekend. Dat belanghebbende zelf in hoger beroep komt, heeft derhalve niet ten gevolge dat hij in het hoger beroep bij voorbaat niet-ontvankelijk is. De andersluidende opvatting van de Heffingsambtenaar faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e53ac0b647c4622e0329a3e1eefb6b24a67610d6c04f669f9b28d28c8ef0aef5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e53ac0b647c4622e0329a3e1eefb6b24a67610d6c04f669f9b28d28c8ef0aef5, en de alinea staat in dat document op bytes 15204 tot 16027.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e53ac0b647c4622e0329a3e1eefb6b24a67610d6c04f669f9b28d28c8ef0aef5 | shasum -a 256