Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6 augustus 2010
Alinea 53 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6 augustus 2010
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6 augustus 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BP0721.
4.6. Het Hof overweegt dienaangaande het volgende. Uit de gedingstukken in hoger beroep in hun onderlinge samenhang beschouwd, leidt het Hof af dat de heer C het hoger beroepschrift heeft ingediend namens belanghebbende. Uit de brieven van 12 september 2007 en 17 december 2009 van de curator en de brief van 13 september 2007 van de heer C, in hun onderlinge samenhang bezien, leidt het Hof af dat de curator het geding heeft overgenomen. Het ontbreken van de machtiging van de rechter-commissaris, waar die vereist is, heeft, voor zoveel derden betreft, geen invloed op de geldigheid van de door de curator verrichte handeling (artikel 72, lid 1, van de Faillissementswet). Het Hof verklaart belanghebbende in het hoger beroep ontvankelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e53ac0b647c4622e0329a3e1eefb6b24a67610d6c04f669f9b28d28c8ef0aef5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e53ac0b647c4622e0329a3e1eefb6b24a67610d6c04f669f9b28d28c8ef0aef5, en de alinea staat in dat document op bytes 17589 tot 18344.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e53ac0b647c4622e0329a3e1eefb6b24a67610d6c04f669f9b28d28c8ef0aef5 | shasum -a 256