Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 oktober 2011
Onder 4.9 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 oktober 2011
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 oktober 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:4928.
Naar het oordeel van het hof heeft ABN AMRO in haar reactie op grief 7 in de memorie van antwoord in principaal appel, tevens houdende memorie van grieven in het incidenteel appel, aangevoerd dat gelet op de door ABN AMRO aangevoerde omstandigheden een dergelijk verweer van Achmea naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarbij is niet van doorslaggevend belang dat ABN AMRO niet expliciet art. 6:248 lid 2 BW heeft genoemd. ABN AMRO voert daar immers voldoende duidelijk aan dat [de vrouw] door de (formele) opstelling van Achmea ernstig en voorzienbaar is benadeeld en dat uit de redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat een partij zich niet dermate onverschillig mag opstellen met het oog op de kenbare belangen van de tegenpartij. Hiermee verwerpt het hof de stelling van Achmea dat ABN AMRO een dergelijk verweer niet heeft gevoerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbd0b286f14fc710d1da23b8ea3251558827674bd289b3a2658780da8184530c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbd0b286f14fc710d1da23b8ea3251558827674bd289b3a2658780da8184530c, en de alinea staat in dat document op bytes 15198 tot 16080.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbd0b286f14fc710d1da23b8ea3251558827674bd289b3a2658780da8184530c | shasum -a 256