Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 juli 2011

Alinea 64 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 juli 2011

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 juli 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BT8217.

4.4. Vaststaat, dat de ter zake van de kinderopvang in rekening gebrachte omzetbelasting niet bij een creditfactuur is herzien. Belanghebbendes stelling dat van haar niet kan worden gevergd dat zij zich alsnog tot de leverancier wendt faalt, gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie te Luxemburg (hierna: HvJ EU) van 18 juni 2009, C-566/07, Stadeco en het arrest van de Hoge Raad 5 maart 2010, 41179bis, LJN: BK1528. Gesteld noch gebleken is dat de leverancier tijdig het gevaar voor verlies van belastinginkomsten volledig heeft uitgeschakeld en belanghebbende, op wie te dezen de stelplicht en bewijslast rust, evenmin heeft gesteld, noch is gebleken, dat deze leverancier niet ongerechtvaardigd zou worden verrijkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20f7cdebb9c7301a2455f7823deb79cc12a4f88a5b41e0fe02ac7ba6124dbe24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20f7cdebb9c7301a2455f7823deb79cc12a4f88a5b41e0fe02ac7ba6124dbe24, en de alinea staat in dat document op bytes 18078 tot 18834.