Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 november 2011

Alinea 144 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 november 2011

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 november 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BU4621.

Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de verdachte tijdens de voorgeleiding op 16 maart 2007 werd bijgestaan door een raadsvrouwe. De verdachte en zijn raadsvrouwe hebben bij die gelegenheid verweer kunnen voeren tegen de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling en de gevorderde bewaring, door aan te voeren dat uit hetgeen ten grondslag is gelegd aan de vordering tot bewaring niet kan blijken van de aanwezigheid van voldoende gronden en ernstige bezwaren tegen de verdachte, waarbij de verdachte ook de inhoud van het hem op 15 maart 2007 afgenomen verhoor aan de orde heeft kunnen stellen. Aan die mogelijkheid tot voeren van verweer doet niet af dat toen nog niet kon worden beschikt over het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2007. De verdachte wist immers wat tijdens zijn verhoor de dag daarvoor op 15 maart 2007 was besproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f45d2dce846cfa91a5ff54c883e877e7c362b84a4bf534d4f6b83ef055939155. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f45d2dce846cfa91a5ff54c883e877e7c362b84a4bf534d4f6b83ef055939155, en de alinea staat in dat document op bytes 49803 tot 50668.