Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 november 2011
Alinea 167 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 november 2011
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 november 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BU4621.
“Mijn rol in het onderzoek Risico bestond uit het vormen van het strafdossier. Die rol heb ik van het begin tot het einde van het onderzoek vervuld. In mijn rol nam ik alle stukken tot mij en daarvan maakte ik samenvattingen. Daaruit komt een dossier voort. Ik bepaal welk stuk in het dossier wordt opgenomen. In dat kader zie ik niet alle schriftelijk uitgewerkte taps. Ik hield mij alleen bezig met de dossiervorming. Anderen hielden zich bezig met de BOB-middelen of tapgesprekken. De taps die in een verhoor zijn gebruikt, worden in het dossier opgenomen. Ik heb het strafdossier ingeleverd op 12 juni 2007. Ik heb begrepen dat er op een later moment, namelijk op 31 juli 2007, een tap is gebruikt in een verhoor van de verdachte. Dat ging kennelijk om een financieel verhoor. (…) De voorzitter houdt mij voor dat de verbalisanten [V11] en [V12] in een verhoor van de verdachte op 31 juli 2007 de inhoud van een tapgesprek, gevoerd tussen zijn toenmalige vriendin [B] en de secretaresse van het kantoor van verdachtes toenmalige raadsman, aan de verdachte hebben voorgehouden. U houdt mij voor dat de inhoud van die tap niet in het dossier is aangetroffen. Daarop zeg ik u dat ik na 12 juni 2007 niet meer aan het dossier heb gewerkt. Toen is men overgegaan tot het financiële gedeelte van het onderzoek. De voorzitter houdt mij voor dat het voorgehouden tapgesprek werd gevoerd op 17 november 2006. Ik heb dat gesprek nooit onder ogen gehad. Ik lees namelijk niet alle tapgesprekken. (…) Ik denk dat de verbalisanten [V11] en [V12] kennis hebben kunnen nemen van de betreffende tap d.d. 17 november 2006 doordat de kwestie van de geheimhoudergesprekken toen nog een grijs gebied was. Toen was vaak nog onduidelijk of een gesprek als een geheimhoudergesprek moest worden aangemerkt. (…) De reden dat ik de inhoud van deze tap niet in het dossier heb opgenomen, is dat die tap niet is gebruikt in het zaaksonderzoek. Indertijd was het, zoals gezegd, niet altijd duidelijk of een gesprek als een geheimhoudergesprek moest worden aangemerkt. Er bestond toen een groter grijs gebied dan tegenwoordig. Bij het tapgesprek d.d. 17 november 2006 ging het kennelijk niet om een gesprek tussen de verdachte zelf en zijn advocaat, maar tussen de vrouw van de verdachte en de secretaresse van een advocatenkantoor.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f45d2dce846cfa91a5ff54c883e877e7c362b84a4bf534d4f6b83ef055939155. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f45d2dce846cfa91a5ff54c883e877e7c362b84a4bf534d4f6b83ef055939155, en de alinea staat in dat document op bytes 60567 tot 62898.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f45d2dce846cfa91a5ff54c883e877e7c362b84a4bf534d4f6b83ef055939155 | shasum -a 256