Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 december 2011

Alinea 60 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 december 2011

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 december 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BU8965.

8.7.4.[X.] heeft niet gesteld dat sprake is van een oneerlijk of onredelijk bezwarend beding. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in zijn arresten van 16 november 2010, C-76/10 (Pohotovos?), 6 oktober 2009, C-40/08 (Asturcom), 26 oktober 2006, NJ 2007, 201, (Mostaza Claro), 21 november 2002, NJ 2003, 703, (Codifis) en 27 juni 2000, NJ 2000, 730, (Océano) bepaald dat de aard en het gewicht van het openbare belang, waarop de door de richtlijn aan de consument verschafte bescherming rust, meebrengen dat bedingen in algemene voorwaarden in consumentenovereenkomsten getoetst dienen te worden op oneerlijkheid (of - naar nationaal recht - het onredelijk bezwarende karakter daarvan), ook indien de consument zich niet uitdrukkelijk daarop heeft beroepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e90dadeb24fd85544484cbddd4d8d75b55e1abbc84c991257b821a5a764fad1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e90dadeb24fd85544484cbddd4d8d75b55e1abbc84c991257b821a5a764fad1, en de alinea staat in dat document op bytes 16118 tot 16900.