Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 april 2011
Alinea 35 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 april 2011
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 april 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BY8749.
4.1. [appellanten] c.s. hebben in eerste aanleg hun vorderingen gebaseerd op een door [geintimeerden] c.s. in 2004 gepleegde onrechtmatige daad in verband met de aankoop door [appellanten] c.s. van een huis in Spanje. De zaak heeft derhalve internationale aspecten. Ten aanzien van het toepasselijke recht overweegt het hof ambtshalve als volgt. Het toepasselijke recht dient, gelet op het tijdstip van de gestelde onrechtmatige daad, bepaald te worden aan de hand van de Wet Conflictenrecht Onrechtmatige Daad van 11 april 2001 (hierna: WCOD). Ingevolge artikel 3 lid 1 WCOD worden verbintenissen uit onrechtmatige daad beheerst door het recht van de Staat op welks grondgebied de daad plaatsvindt. Het hof is van oordeel dat, daargelaten de vraag of Nederland dan wel Spanje moet worden beschouwd als het land waar het gestelde onrechtmatig handelen heeft plaatsgehad als bedoeld in artikel 3 lid 1 WCOD, op grond van artikel 3 lid 3 van de WCOD Nederlands recht van toepassing is, nu zowel [appellanten] c.s. als [geintimeerden] c.s. hun gewone verblijfplaats c.q. plaats van vestiging in Nederland hebben. In hoger beroep hebben [appellanten] c.s. de grondslag van hun vordering aangevuld in die zin dat zij de aansprakelijkheid van [geintimeerden] c.s. mede baseren op een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis uit overeenkomst, te weten een – naar de stelling van [appellanten] c.s. tot stand gekomen bemiddelingsovereenkomst tussen [geïntimeerde sub 3.] en [geintimeerde sub 4.] en [appellanten] c.s. Voor zover – met het oog op deze (gestelde) grondslag van de vordering – het toepasselijke recht dient te worden beoordeeld aan de hand van het Europees Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, Rome 19 juni 1980 (het EVO), heeft te gelden dat op grond van artikel 4 lid 1 EVO het recht van toepassing is van het land waarmee de overeenkomst het nauwst is verbonden waarbij in artikel 4 lid 2 EVO is bepaald dat wordt vermoed dat de overeenkomst het meest is verbonden met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten haar verblijfplaats of vestigingsplaats heeft. Nu de door [appellanten] c.s. gestelde bemiddelingsovereenkomst is gesloten met [geintimeerde sub 1.] waarbij [geintimeerde sub 1.] naar de stellingen van [appellanten] c.s. in opdracht van [appellanten] c.s. diende te bemiddelen bij de aankoop van [appellanten] c.s. van een huis in Spanje, en deze vennootschap ten tijde van het sluiten van de overeenkomst haar hoofdvestiging had in Nederland is ook ingevolge artikel 4 lid 2 EVO Nederlands recht van toepassing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29fbb03f895bad77f1173ff15e160428ea7cf54bc0081b8882aece753e3a4d5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29fbb03f895bad77f1173ff15e160428ea7cf54bc0081b8882aece753e3a4d5f, en de alinea staat in dat document op bytes 7640 tot 10276.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29fbb03f895bad77f1173ff15e160428ea7cf54bc0081b8882aece753e3a4d5f | shasum -a 256