Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 januari 2012

Onder 6. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 januari 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 januari 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:18.

Uit de hypotheekofferte is bovendien op te maken dat ook [appellante] destijds ervan uitging dat de woning te [plaats 2] zou worden verkocht. Daartoe diende het overbruggingskrediet, voor zover dit bedrag niet ten behoeve van de voorgenomen verbouwing van de woning te [plaats 1] op een bouwdepot was gestort. [appellante] stelt op zichzelf wel terecht dat de verkoop van de woning te [plaats 2] langer heeft geduurd dan [appellante] ten tijde van de kredietverstrekking had verwacht, waardoor het overbruggingskrediet een aantal malen moest worden verlengd. Het hof ziet echter niet in dat [appellante] daarvan met succes de bank een verwijt kan maken. De bank heeft een opdracht tot dienstverlening d.d. 1 juli 2002 overgelegd. Daaruit is op te maken dat [voormalige partner van appellante] op 12 juli 2002 opdracht heeft verstrekt tot bemiddeling bij verkoop van de woning te [plaats 2]. Zolang deze woning niet was verkocht, was de noodzaak tot verlenging van de financiering evident, zodat [appellante] niet kan worden gevolgd in haar stelling dat de bank in strijd heeft gehandeld met haar zorgplicht jegens [appellante] door onvoldoende navraag te doen over de noodzaak tot verlenging van de financiering. Na verkoop van dit onroerend goed zijn de hypothecaire inschrijvingen doorgehaald en is het restant in mindering gebracht op de aan [appellante] en [voormalige partner van appellante] verstrekte overbruggingslening. De totale hypothecaire inschrijvingen op de woning te [plaats 2] bedroeg € 387.982,05. De omstandigheid dat de door hypotheek gedekte vordering op [voormalige partner van appellante] tot dit bedrag was beperkt, betekent niet – zoals de bank heeft betoogd – dat [voormalige partner van appellante] door de bank voor het verschil ad € 233.518,85 uit de hoofdelijke aansprakelijkheid was ontslagen. Uit het vorenstaande volgt dat de stelling van [appellante] moet worden gepasseerd, dat de bank heeft nagelaten toe te zien op inbreng van de door [voormalige partner van appellante] toegezegde overwaarde uit de woning te [plaats 2]. Ook het beroep van [appellante] op dwaling dan wel bedrog faalt, nu [appellante] geen feiten en omstandigheden heeft gesteld die, mits bewezen, kunnen leiden tot de conclusie dat zij heeft gedwaald of dat zij is bedrogen doordat [appellante] heeft ingestemd met de verlenging van het overbruggingskrediet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b97ee97a2c7bb9484d39693688d6a2656d308a0686e5e0044a37df18149afd5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b97ee97a2c7bb9484d39693688d6a2656d308a0686e5e0044a37df18149afd5, en de alinea staat in dat document op bytes 16268 tot 18668.