Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 januari 2012
Onder 7. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 januari 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 januari 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:18.
[appellante] gaat er bovendien aan voorbij dat zij zonder een te verstrekken krediet financieel niet in staat zou zijn geweest in de woning te [plaats 1] te blijven wonen en het bedrag wegens overbedeling aan [toenmalige echtgenoot] uit te betalen. Voorts is van belang dat [voormalige partner van appellante] niet is opgehouden aan de renteverplichtingen te voldoen omdat hij hiertoe niet meer in staat was, maar omdat de relatie met [appellante] was verbroken en [voormalige partner van appellante] niet meer bereid was als enige voor de lasten op te komen. Het hof deelt niet het standpunt van [appellante] dat de bank zeker had moeten stellen dat [appellante] aan de renteverplichtingen zou kunnen voldoen wanneer [voormalige partner van appellante] zou komen te overlijden of indien de relatie met hem zou eindigen, vooral omdat tussen [appellante] en [voormalige partner van appellante] geen samenlevingscontract bestond. Dit zijn risico's waarmee [appellante] rekening had kunnen en ook behoren te houden zonder daarop door de bank gewezen te zijn. [appellante] kan evenmin met succes de bank tegenwerpen dat [appellante] wegens een door haar gewenste kredietverstrekking nadien werd geconfronteerd met de gevolgen van een hoofdelijk schuldenaarschap. Daarbij komt dat het aangaan van een hypothecaire lening op onderpand van een onroerend goed niet een zodanig ongebruikelijke transactie is dat [appellante] door de bank over de mogelijke financiële consequenties van de door [appellante] aangegane financiering had behoren te worden voorgelicht. Op dat moment rustte bovendien een hypothecaire schuld op de woning te [plaats 1], welke schuld [appellante] voor haar rekening heeft genomen, evenals de schuld aan [toenmalige echtgenoot] inzake overbedeling, zodat [appellante] ook om die reden bekend mocht worden verondersteld met de gevolgen van het aangaan van een geldlening met als onderpand een onroerend goed. [appellante] kan derhalve niet met succes de bank verwijten dat zij niet [appellante] heeft weerhouden van het aangaan van een hypothecaire lening, te meer waar in november 2001 de toenmalige hypotheeknemer ([hypotheeknemer]) de veiling van de woning te [plaats 1] had aangezegd, zodat [appellante] derhalve bekend was, althans had kunnen zijn, met de specifieke risico's die aan hypotheekverstrekking zijn verbonden. Dit wordt niet anders doordat [appellante] door het accepteren van de financieringsofferte van de bank tevens akkoord ging met het stellen van zekerheid voor de kredieten die [voormalige partner van appellante] al had gesloten of nog zou sluiten en evenmin doordat [appellante] destijds geen bestaande relatie van de bank was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b97ee97a2c7bb9484d39693688d6a2656d308a0686e5e0044a37df18149afd5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b97ee97a2c7bb9484d39693688d6a2656d308a0686e5e0044a37df18149afd5, en de alinea staat in dat document op bytes 18746 tot 21439.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4b97ee97a2c7bb9484d39693688d6a2656d308a0686e5e0044a37df18149afd5 | shasum -a 256