Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 januari 2012

Onder 11. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 januari 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 januari 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:18.

De bank heeft bovendien, naar [appellante] in hoger beroep heeft gesteld, uiteindelijk wel haar medewerking verleend, zij het onder de – begrijpelijke – voorwaarde dat de volledige opbrengst in mindering zou komen op de hypotheekschuld. Voor zover [appellante] heeft betoogd dat de bank bij een eerdere verkoop van de percelen mogelijk niet zou zijn overgegaan tot opzegging van de financiering, zodat het niet verlenen van medewerking begin 2004 moet leiden tot aansprakelijkheid van de bank, stelt het hof vast dat op 28 mei 2004, dus kort nadat [appellante] aan de bank om medewerking bij verkoop van de percelen had gevraagd, executoriaal beslag werd gelegd op de woning te [plaats 1]. Mede gelet op enerzijds het vonnis in kort geding van 29 april 2004 en anderzijds de uiteindelijk gerealiseerde verkoopopbrengst van de percelen, heeft [appellante] onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat het krediet niet zou zijn opgezegd indien [appellante] de percelen in het voorjaar van 2004 had kunnen verkopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b97ee97a2c7bb9484d39693688d6a2656d308a0686e5e0044a37df18149afd5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b97ee97a2c7bb9484d39693688d6a2656d308a0686e5e0044a37df18149afd5, en de alinea staat in dat document op bytes 25037 tot 26070.