Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 april 2012
Alinea 39 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 april 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 april 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BW1040.
4.5.2. [appellante] legt aan deze vorderingen ten grondslag dat tussen partijen nimmer een beding van tussentijdse opzegging is overeengekomen. Het betreffende beding ziet op het einde van de looptijd van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Voor zover dat niet kan worden aangenomen, mocht [appellante] op grond van de omstandigheden waaronder de overeenkomst is gesloten, verwachten dat de arbeidsovereenkomst één jaar zou duren en was zij, als juridisch niet onderlegde werknemer, niet bedacht op de mogelijkheid van tussentijdse beëindiging. TAN heeft [appellante] laten dwalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c15e87faec5ba854b439c9e43f152a0e44904b1499671a556c54ac560f80f09f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c15e87faec5ba854b439c9e43f152a0e44904b1499671a556c54ac560f80f09f, en de alinea staat in dat document op bytes 11073 tot 11678.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c15e87faec5ba854b439c9e43f152a0e44904b1499671a556c54ac560f80f09f | shasum -a 256